fbpx
Loading...

Keuze

/Keuze
Keuze 2021-11-22T19:56:06+01:00

Een ‘verkeerde’ keuze die goed uitpakte

Februari 2021.  Oisterwijk ligt onder een dik pak sneeuw en de thermometer geeft overdag  min zeven graden aan. Door corona krijgt Nederland een nieuwe dimensie want alles ligt hier zo goed als plat. Bij ons is dat de stoommachine die tot stilstand is gekomen en ook alle activiteiten er om heen: De Open Draaidagen en niet te vergeten de rondleidingen voor zowel de Oisterwijkse basisscholen als voor groepen geïnteresseerden. 

Laten we maar zeggen dat de stoommachine in een langdurige winterslaap is gesukkeld en ontwaken vooralsnog niet in haar planning zit. Honderd jaar geleden, om precies te zijn op 12 november 1920, droegen de vennoten Van der AA en Vermetten van Lederfabriek Oisterwijk

het meerderheidspakket van aandelen over aan de Duitse firmanten Adler & Oppenheimer.

Eigenlijk alle reden om dit heuglijke feit te vieren en het glas te heffen.  Maar ook hier gooide corona  roet in het eten en dit ’eeuwfeest’ is geruisloos aan ons voorbij gegaan.

Meteen na de overdracht is door hen het startschot gegeven voor de bouw van een groot fabriekscomplex op dezelfde locatie doch nu uitgebreid naar zestien hectaren. Centraal gelegen is de machinekamer met elektriciteitscentrale * die vanaf 1924 stroom voor de fabriek leverde.

*In 2016 is het boek “Van Stoom naar Stroom” uitgebracht.  In detail wordt de historie van de fabriek en met name die van de elektriciteitscentrale beschreven. Het boek is verkrijgbaar via de website www.destoommachine.nl

Albert Louis Benoit

De nieuwe eigenaren stelden Albert Louis Benoit aan om de bouw te coördineren.  Tegenwoordig zouden we hem de functie van kwartiermaker toebedelen. Benoit was ook eindverantwoordelijke voor de machines en inventaris waaronder de elektriciteitscentrale met haar stoommachine.  We spreken altijd over ‘de stoommachine’ maar feitelijk is dat onjuist want in de machinekamer staan twee zuigerstoom-machines die voor aandrijving van de draaistroomgenerator zorgden. Het blijft voor mij altijd een raadsel waarom Benoit op 5 juli 1923 de opdracht heeft gegeven voor een zuigerstoommachine en niet heeft gekozen voor een dieselmotor.* Zuigerstoommachines hebben gewoon een slecht rendement en vragen om bergen kolen. Olie per liter was destijds weliswaar duurder dan 1 kilo steenkolen maar kolen vraagt veel meer aan additionele kosten zoals mankracht en transportkosten.**  Bovendien dragen kolen bij  aan ernstige vervuiling van stoomketels. Een nog bijkomend nadeel is de opstartprocedure van een uur tegenover het starten van een dieselmotor binnen enkele seconden. En dat nog afgezien van een zwaardere bemanning. (3). Kortom eigenlijk heb ik nooit een valide argument gehoord waarom Benoit destijds besloot voor een zuigerstoommachine en niet voor een dieselmotor. Maar met de kennis van nu heb ik na honderd jaar wel makkelijk praten.

*   In 1914 leverde constructeur Carels al dieselmotoren. (pag. 36 boek “Van Stoom naar Stroom”)

* *automatische werpstokers , automatische schutbakken en jacobsladders. Kolen werden met de hand geschept.

Onlangs viel mijn oog op een artikel waaruit bleek dat Benoit niet de enige was die stoom prevaleerde boven diesel. Tot midden jaren dertig van de vorige eeuw, dus ruim tien jaar na de beslissing van Benoit, werden in het Verenigd Koninkrijk nog stoomwagens gebouwd. Stoom

had blijkbaar een grotere aantrekkingskracht dan benzine of diesel.

In 1906 startten de heren Alley & Maclellan in de Schotse plaats Glasgow de productie van stoom- bedrijfswagens. De Sentinel Wagon Works Ltd produceerde in Polmadie een 5 tons stoomwagen met kettingaandrijving op de achteras. Vanwege het succes van deze stoomwagen kwam pas  veertien jaar later de Sentinel Super op de markt, een stoomwagen voorzien van twee versnellingen, een differentieel achter de krukas en dubbele kettingaandrijving . Destijds een revolutionaire bedrijfswagen met een laadvermogen van 7 ton.  In 1923  werd de productie nog uitgebreid met een model, geschikt voor een aanhangwagen en naar keuze meerdere assen (3 of 4). Pas in 1934 werden de stoomuitvoeringen vervangen door benzine- dan wel dieselmotoren.  Ondanks de goede verkoopcijfers werd de productie in 1957 gestaakt. In Argentinië rijden  nog steeds verschillende  Sentinel bedrijfswagens. Of dit stoomuitvoeringen  of diesels zijn vertelt het verhaal niet.  Het is opmerkelijk dat zowat 10 jaar na de aankoop in Oisterwijk er nog stoomvoertuigen  werden geproduceerd. Dit  terwijl er voldoende verbrandingsmotoren met gelijkwaardige vermogens in omloop waren. Mogelijk was de constructie dermate solide, dat stoom als zeer betrouwbaar werd ervaren. Dat je daarbij een ton aan laadvermogen moest inleveren voor je eigen (kolen) brandstof en een uur aan de stoomketel stond te frommelen om de zaak aan de praat te krijgen, dat nam je dan maar voor lief. ‘s Heeren wegen zijn ondoorgrondelijk. Oisterwijk maar zeker ook de vrijwilligers van Stichting Stoommachine Oisterwijk zijn Benoit zeer erkentelijk dat hij niet voor een moderne techniek heeft gekozen. Dankzij hem prijkt er nu een juweeltje in de machinekamer, weliswaar in handen van een buitenlandse organisatie.  https://nl.wikipedia.org/wiki/Sentinel_(vrachtwagenmerk)

1924 Super Sentinel FA 1803

Jan.vanleest@gmail.com